Waarom de papegaai niet op je schouder?

Het blijkt dat er voortdurend misverstanden zijn als het gaat over het houden van, het omgaan met en het opvoeden van een papegaai/parkiet. Gedragsproblemen behoren tot de meest voorkomende problemen bij papegaaien/parkieten en zijn de belangrijkste reden dat veel papegaaien uiteindelijk belanden in opvangcentra. Het belangrijkste en meest voorkomende gedragsprobleem bij papegaaien/parkieten, die als gezelschapsvogels worden gehouden, is ONZEKERHEID.

Voor jonge honden zijn er puppy cursussen, voor eigenaren van papegaaien/parkieten waren er tot voor kort weinig mogelijkheden om vaardigheden te leren over het omgaan met en het opvoeden van papegaaien/parkieten.

Stichting Papegaai beschouwt het als een belangrijke doelstelling om eigenaren van papegaaien/parkieten te informeren. Het stimuleren van wandelen en fietsen met papegaaien/parkieten is daarbij een vanzelfsprekend onderdeel. Er worden inmiddels cursussen en workshops verzorgd voor eigenaren, dierenartsen en studenten. Een vaste stelregel is dat een papegaai die onzeker is graag een hogere positie gaat opzoeken. Dat is de belangrijkste reden dat een vogel op de schouder gaat zitten. Vanuit deze hogere positie gaat een dergelijke vogel veelal defensief gedrag vertonen. Het wordt wel aangegeven als dominant gedrag terwijl het gedrag feitelijk is gebaseerd op ONZEKERHEID. De eigenaar heeft in die positie geen controle over de vogel. Vanuit die positie is bekend dat eigenaren onder bepaalde omstandigheden in het gezicht of oor gebeten worden. Dergelijke vogels willen veelal niet op de hand stappen, zijn 'eenkennig' en laten in verschillende situaties schrik- of paniekgedrag zien. Deze vogels hebben ook de neiging om anderen dan de eigenaar te bijten en kunnen schreeuwgedrag, plukgedrag enz. vertonen.

Het is de ervaring dat vogels, die op de schouder zitten, de eigenaar weliswaar aardig vinden maar niet echt respect hebben voor de eigenaar. Het is tenslotte veelal het gedrag van de eigenaar waardoor de vogel zich onzeker voelt en de neiging heeft om op de schouder te willen zitten. Onzekere schoothondjes, bange paarden, onzekere kinderen enz. zijn veelal onzeker gemaakt, natuurlijk met de beste bedoelingen. Als een vogel op de schouder ergens van schrikt, kan de vogel alle kanten uit vliegen/vallen zonder dat de eigenaar het ziet aankomen en zonder dat de eigenaar daar op dat moment iets aan kan doen. Dat kan tot ongewenste en gevaarlijke situaties leiden. Een dergelijke situatie is zeer ongewenst bij een wandeling door de stad, tijdens het fietsen en ook bij een bezoek aan de dierentuin.

Het argument van eigenaren dat het zo gemakkelijk is om een vogel op de schouder te hebben tijdens het stofzuigen enz , gaat voorbij aan het belang van de vogel. Daarbij is het goed om te bedenken dat valkeniers al duizenden jaren met (wilde)roofvogels wandelen en deze altijd op de hand dragen. Het argument van zwaar of gemakkelijker op de schouder is daarbij ondenkbaar en onlogisch. Valkeniers staan in een traditie van duizenden jaren omgaan met wilde (roof)vogels die in gevangenschap worden gehouden en hebben een grote deskundigheid ontwikkeld in de omgang met deze vogels. Valkeniers kunnen wat dat betreft, ondanks allerlei verschillen met papegaaien/parkieten, als voorbeeld dienen. Vergeleken met de valkerij staat het houden van papegaaien/parkieten nog maar in de kinderschoenen, en is er nog nauwelijks een traditie gebaseerd op deskundigheid. Het is de verantwoordelijkheid van Stichting Papegaai om problemen te voorkomen en om op te komen voor de belangen van papegaaien. Om deze reden is de spelregel tijdens de Papegaaien/Parkietendag dat aan eigenaren van papegaaien/parkieten met klem wordt aangegeven om te wandelen met de papegaai/parkiet op de hand en niet op de schouder.

Jan Hooimeijer