
![]() |
||
![]() |
Handopfok & handel babypapegaaienHandopfok babypapegaaien: van noodzakelijk kwaad naar een vogelonvriendelijke, commerciële activiteit.De oorsprong van het op grote schaal kweken van papegaaien en parkieten ligt in Amerika. In 1992 werd in de USA een wet aangenomen waarbij de import van vogels, gevangen in de natuur, volledig werd verboden. Dit had tot gevolg dat men massaal vogels ging kweken, want men was nu volledig afhankelijk van papegaaien en parkieten uit gevangenschap. In Florida en Californië zijn tienduizenden kwekers zich gaan toeleggen op het professioneel en commercieel kweken van deze vogels. Inhoud Handopfok was nodigEieren in de broedmachine Terechte negatieve publiciteit Verkeerd management; stress, foute voeding en onzkerheid Huisvestingseisen genegeerd Juiste omstandigheden maken handopfok onnodig! Toename besmettelijke ziektes Trieste gevolgen voor handopfok papegaai Handopfok, legitiem vogelonvriendelijk Handel in babypapegaaien Handel zorgt voor verspreiding van besmettelijke ziekten Sociale gedragsproblemen bij babypapegaai Mens als partner abnormaal Uitgangspunt: babypapegaai wordt door ouders grootgebracht
Handopfok was nodigHet met de hand grootbrengen van babypapegaaien en parkieten was tientallen jaren geleden vaak nodig omdat de ouders de eigen jongen niet wilden voeren en verzorgen. Ook was het geen uitzondering dat de ouders de jonge vogels beschadigden door pootjes of vleugeltjes af te bijten of de veren uit te plukken. Uit noodzaak werden dan de jonge vogels bij de ouders weggehaald en met de hand grootgebracht. Vanwege dit probleem zijn er goede voedingen ontwikkeld voor de handopfok en is de kennis en ervaring met het grootbrengen van jonge papegaaien en parkieten tot een hoog niveau gestegen. Er bleken wel grote verschillen te bestaan tussen de verschillende soorten. Sommige soorten zoals de Palmkaketoe stelden andere eisen aan de samenstelling van de voeding. In de beginjaren waren jonge Palmkaketoes op de leeftijd van drie maanden nog net zo groot als jongen van drie weken oud. Geleidelijk aan is het mogelijk geworden om vrijwel alle soorten jonge vogels met de hand groot te brengen. Eieren in de broedmachine Een andere noodzaak van handopfok was dat de ouders de eieren niet wilden uitbroeden of de eieren beschadigden. De eieren werden daarom in een broedmachine uitgebroed en de jonge vogels vanaf de eerste dag met de hand grootgebracht. De vraag waarom de ouders de eieren niet wilden uitbroeden en de vraag waarom de ouders de eigen jongen niet wilden voeren werd naar de achtergrond gedrongen omdat ‘het probleem’ was opgelost: immers, door goede handopfokvoedingen en de toegenomen kennis en ervaring konden de jonge vogels zonder de hulp van de ouders groot gebracht worden. Terechte negatieve publiciteitHet is te verwachten dat er (terecht) negatieve publiciteit zal komen over de handel van babypapegaaien. Als er van buiten de vogelliefhebberij kritiek gaat komen op de babyhandel zonder dat er vanuit de Vogelbonden en Vogelverenigingen een duidelijke uitspraak is geweest, staat de geloofwaardigheid van de gehele vogelliefhebberij ter discussie. Verkeerd management; stress, foute voeding en onzkerheid Het echte probleem was en is dat ouders een goede reden hebben om de eieren niet uit te broeden of de eigen jongen te voeren. De belangrijkste oorzaak van het probleem is dat er fouten zijn gemaakt in het management. Er is onvoldoende rekening gehouden met de eisen die de vogels stellen ten aanzien van voeding, huisvesting, verzorging en het natuurlijke gedrag. Daardoor gaat veel mis met de gezondheid van de vogel en zijn welzijn en daardoor met de kweekconditie, en dus ook met de kweekresultaten. Door onvoldoende kweekconditie is de kwaliteit van de eieren onvoldoende en daardoor is de gezondheid en vitaliteit van de jongen onvoldoende. In de natuur gaan ouders alleen jongen voeren en grootbrengen als deze in een goede conditie zijn. De kwaliteit van de voeding speelt hierbij een belangrijke rol. Door de betere kwaliteit van de voeding worden de kweekresultaten beter omdat de pop meer en betere eieren kan leggen. Een andere belangrijke factor bij de kweekresultaten, is dat kweekvogels in de broedperiode territoriaal gedrag vertonen en veel onzekerder zijn dan buiten de broedperiode. Deze onzekerheid en stress is een belangrijke negatieve factor waardoor de eieren niet worden uitgebroed, de jongen niet worden gevoerd of zelfs worden doodgemaakt. Huisvestingseisen genegeerd Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de huisvestingseisen. Vogels hebben buitenvolières nodig en privacy in de broedperiode. Volières met tussenwanden van (dubbel)gaas houden geen rekening met het natuurlijk gedrag van de meeste papegaaien en parkietensoorten. Vogels die in de natuur leven, vertonen bij het zien van soortgenoten in de buurt van de nestgelegenheid sterk territoriaal gedrag. Als in dergelijke situatie vogels bij elkaar kunnen komen, kan het zelfs uitmonden in een bloedbad. In de natuur gebeurd dit nooit, omdat vogels daar elkaars territorium respecteren. Juiste omstandigheden maken handopfok onnodig! Daarnaast spelen klimaatomstandigheden ook een belangrijke rol bij de kweekresultaten. Door verbeteringen in de voeding, huisvesting en verzorging verdwijnt de noodzaak van de handopfok. Door de eieren en/of de jongen bij de ouders weg te halen, bleken veel kweekkoppels na een korte periode opnieuw eieren te gaan leggen. Voor kwekers werd dit een reden om jongen met de hand groot te brengen, omdat daarmee het aantal gekweekte vogels groter werd. Er zijn kwekers die bijvoorbeeld de eerste eieren of de eerste jongen weghalen bij de ouders om vervolgens de tweede ronde eieren/jongen door de ouders zelf te laten grootbrengen. Een duidelijke aanwijzing dat handopfok niet meer noodzakelijk is om de jonge vogels groot te krijgen, maar dat het commerciële motieven heeft. De consequentie van bovenstaande is dat de pop binnen een korte periode meer eieren produceert dan onder natuurlijke omstandigheden. Dit gaat ten koste van de conditie van de pop en van de kwaliteit van de eieren en daarmee van de kwaliteit van de jonge vogels. Indien er meerdere rondes wordt gekweekt, is er over het algemeen een duidelijke achteruitgang te zien van het uiteindelijke gewicht en postuur van de jonge vogels. Toename besmettelijke ziektes Een andere negatieve consequentie is dat de gevoeligheid voor besmettelijke ziekten toeneemt. We weten dat problemen door het polyomavirus vaker voorkomen bij jonge vogels die met de hand worden grootgebracht, dan bij natuurbroed jongen. Bij grasparkieten weten we dat de kruiperziekte als besmettelijke ziekte meestal pas problemen geeft, als er meer dan een ronde wordt gekweekt. Het creëren van grote leeftijdsverschillen binnen een groep jonge vogels maakt deze vogels kwetsbaarder voor besmettelijke ziekten. Het voorbeeld van de grasparkieten illustreert dat als er maar 1 ronde wordt gekweekt waarbij de jongen binnen het bestand als 1 leeftijdsgroep opgroeien de problemen door het virus verdwijnen. Door meer rondes te kweken verzwakken de jongen en vanwege de grote leeftijdsverschillen tussen de jongen in het bestand profiteert het virus .
Behalve dat leeftijdsverschillen een probleem zijn , speelt ook mee dat de algehele conditie van de kweekpoppen, door het herhaald leggen, van eieren achteruit gaat. In de praktijk zien we dat dergelijke poppen veelal op veel te jonge leeftijd doodgaan. Ook de kwaliteit van de eieren gaat achteruit, waardoor de jongen meer kwetsbaar zijn en de ‘vitaliteit/kwaliteit’ van de vogels steeds minder wordt.
Trieste gevolgen voor handopfok papegaai Bij vogels die met de hand worden grootgebracht, komt – in vergelijk met natuurbroed - vaker voor dat de poppen eieren op de bodem van de kooi of de volière leggen, in plaats van in een nestkast. Onderzoek bij Venezuela amazones heeft aangetoond dat handopfokvogels andere sociale voorkeuren hebben en contact met de mens verkiezen boven contact met soortgenoten. Handopfok papegaaien hebben een sterke neiging om de menselijke taal over te nemen, vergeleken met natuurbroed jongen. Het praten wordt in deze situatie hoofdzakelijk gebruikt als verbale communicatie om te manipuleren en een reactie te ontlokken. Een ongewenst effect van handopfok is dat de vogels meer onzeker zijn als ze worden geconfronteerd met nieuwe situaties, speeltjes, e.d. Er zijn sterke aanwijzingen dat als een jong dier te vroeg bij de moeder wordt weggehaald, dit tot gedragsproblemen en aanpassingsproblemen zal leiden vanwege een ontwikkelingsstoornis in de hersenen. Het is dan ook niet voor niets dan in de Gezondheid- en Welzijnswet voor Dieren is vastgelegd dat puppies en kittens niet bij de moeder mogen worden weggehaald binnen een termijn van 7 weken. Hetzelfde geldt voor het verbod om jonge aapjes bij de moeder weg te halen. Het is een trieste zaak dat niet wettelijk is bepaald dat het verboden is om jonge papegaaien bij de ouders weg te halen. Binnen de Kliniek voor Vogels zien we dan ook dat 'wildvang vogels' die door de ouders zijn grootgebracht, minder gedragsproblemen hebben dan de gekweekte vogels die met de hand zijn grootgebracht. De wildvang vogels blijken in staat om zich veel beter aan te passen aan voor hen nieuwe, vreemde en zelfs vogelonvriendelijke omstandigheden. Handopfok, legitiem vogelonvriendelijk Het is dan ook volkomen onjuist dat de handopfok wordt gelegitimeerd met het argument dat het vogelvriendeljk is, omdat de jonge vogel tammer zou worden en daardoor beter geschikt is als gezelschapsvogel. Het tegendeel is waar.
Handel in babypapegaaienHet hebben van babypapegaaien als huisvogel is een ontwikkeling van de laatste jaren. Deze ontwikkeling is niet alleen positief. Handel zorgt voor verspreiding van besmettelijke ziekten Aan particulieren worden jonge babyvogels verkocht die nog handmatig moeten worden grootgebracht. Ook verkopen kwekers babypapegaaien aan opkopers die deze vogels verzamelen op centrale adressen om deze vervolgens als handopfok te verkopen. Vooral deze laatste handel werkt de verspreiding van besmettelijke ziekten sterk in de hand, waarvan vooral de virusziekten profiteren. Met name de verspreiding van Snavel- en Veerrotziektevirus, polyomavirus, kliermaag dilatatie virus en papegaaienziekte is de afgelopen jaren sterk toegenomen via de handel in babypapegaaien. Volwassen kweekvogels hoeven geen verschijnselen van de ziekte te hebben, terwijl de jongen al via het ei besmet kunnen worden. Deze besmette jongen kunnen vervolgens als een besmettingsbron fungeren naar andere vogels, waarbij de ziekteverschijnselen veelal pas na vele maanden tot zelfs na jaren aan het licht komen. De baby's worden veelal verkocht op een leeftijd dat ziekteverschijnselen zich nog niet hoeven te openbaren. Sociale gedragsproblemen bij babypapegaai Als, niet zelfstandig etende, babypapegaaien als huiskamervogels worden verkocht, kan er vanuit gegaan worden dat er later sociale gedragsproblemen gaan optreden. Er zijn aanwijzingen dat de vogels op latere leeftijd geen normale paarvorming ontwikkelen en niet of minder geschikt zijn om mee te kweken. Mens als partner abnormaal Bij verschillende vogelsoorten is het begrip inprenting bekend. Bij inprenting beschouwd het jonge dier degene die het jong groot brengt als soortgenoot. Het kan betekenen dat de vogel als deze volwassen wordt, soortgenoten niet herkend als soortgenoten, maar zich volledig richt op de mens als soortgenoot. Als dergelijke vogels seksueel actief worden, richt de vogel zich op de mens als partner. Bij jonge roze kaketoes die werden grootgebracht door Inka kaketoes bleek later dat er sprake was van seksuele inprenting, waarbij de roze kaketoes paarvorming wilde aangaan met de Inka kaketoes en niet met soortgenoten. Dit fenomeen is ook bij andere papegaaiachtigen vastgesteld.
Het meest ingrijpende voorbeeld is de situatie van de Molukken kaketoe. Het gaat met Molukken kaketoes in Indonesië heel slecht en er zijn veel meer Molukken kaketoes in gevangenschap dan in de natuur rondvliegen. In gevangenschap krijgen maar heel weinig kweekkoppels jongen. Het merendeel van deze jongen wordt vervolgens met de hand grootgebracht om als baby te worden verkocht als gezelschapsvogel. Deze mooie, aantrekkelijke en waardevolle vogels worden hoofdzakelijk impulsief gekocht via handelaren en dierenwinkels door eigenaren die geen deskundigheid hebben. Het eindresultaat is dat de meeste van deze kaketoes grote gedragsproblemen krijgen, zoals schreeuwgedrag, plukgedrag, bijtgedrag en zelfmutilatie. Daarnaast komen eigenaren er pas na de aankoop achter dat deze kaketoes extreem veel stof produceren en extreem sloopgedrag kunnen vertonen.
Deze gedragsproblemen zijn een belangrijke reden dat een eigenaar de papegaaien weer verkoopt of aanbiedt bij een opvangcentrum van papegaaien.
Uitgangspunt: babypapegaai wordt door ouders grootgebracht Uitgangspunt zou moeten zijn dat jonge papegaaien door de ouders worden grootgebracht en niet eerder verkocht mogen worden dan dat de vogels volledig zelfstandig kunnen eten. Tevens zou een jonge papegaai alleen gekocht mogen worden van de kweker en niet via een handelaar, opkoper of dierenwinkel. Vogelverenigingen en vogelbonden zouden moeten weigeren om mee te werken aan de handel in babypapegaaien. Levenslange verantwoordelijkheid koper Iedereen die een papegaai wil aanschaffen moet zich goed afvragen of het een verstandige keuze is om een papegaai aan te schaffen gezien de levenslange verantwoordelijkheid voor het welzijn en de gezondheid van de vogel. Het is triest dat er jaarlijks duizenden papegaaien tussen de wal en het schip terecht komen omdat de eigenaar zich bij de aanschaf niet heeft gerealiseerd wat het is om een papegaai te hebben en zich niet realiseert dat specifieke deskundigheid noodzakelijk is .
DE HANDEL IN BABYPAPEGAAIEN MOET AAN BANDEN WORDEN GELEGD.
Drs. Jan Hooimeijer, vogeldierenarts Kliniek voor Vogels |
![]() |
![]() |
||